
Thema 11: Voortplanting
Mijn nieuwste en beste tips, hulpmiddelen en artikelen.
Al dat moois op één plek!
Klik hier voor een kahoot zelftest
Klik hier voor extra uitleg op biologiepagina


Een metafoor voor de menstruatie cyclus.
Stel de menstruatiecyclus voor als een tuin met bloemen (de follikels) die groeien onder invloed van “meststoffen” (hormonen):
- FSH = groeimiddel → zorgt dat meerdere bloemen (follikels) beginnen te groeien.
- Eén bloem groeit het hardst → die wordt de “winnaar”.
- Deze bloem maakt oestrogeen = een signaalstof → die vertelt de tuinman (hypofyse): “je hoeft geen extra groeimiddel meer te geven, ik red me wel”.
- Als de bloem volgroeid is, geeft hij een piek van oestrogeen → dat triggert de tuinman om ineens een hele scheut water (LH) te geven.
- Door die LH-piek springt de bloem open = ovulatie.
- Daarna verandert de lege bloem in een bemester (corpus luteum) die progesteron afgeeft.
- Progesteron zegt: “hou de tuin rustig, niet nog meer bloemen laten groeien” → negatieve terugkoppeling.
- Als er geen zaadje geplant wordt (geen bevruchting), droogt de bemester op en stopt met mest geven → de tuin wordt weer kaal (menstruatie).
📊 Eenvoudige stappen / tijdlijn
Je kunt dit ook in 4 fases vertellen (met pijlen of een tijdlijn):
- Menstruatie (dag 1–5)
- Bloemenveld is leeg → FSH start nieuwe groei.
- Follikelfase (dag 5–14)
- FSH laat bloemen groeien, oestrogeen stijgt → negatieve terugkoppeling op FSH.
- Eén bloem blijft over → geeft hoge dosis oestrogeen.
- Ovulatie (dag 14)
- Hoge oestrogeenpiek → positieve terugkoppeling → LH-piek → bloem springt open.
- Luteale fase (dag 14–28)
- Corpus luteum → progesteron → baarmoeder klaarmaken.
- Geen zwangerschap → corpus luteum sterft → hormonen dalen → menstruatie begint opnieuw.
klik hier voor een animatie over de menstruatiecyclus
