1 VMBO H1

HOOFDSTUK 1:

PLANTEN EN DIEREN

Uitleg basisstof 1 Organismen

Een organisme is iets dat leeft of ooit geleefd heeft.

Dingen waaraan je kunt merken of iets leeft, zijn levenskenmerken. Daar zijn er zeven van:
Waarnemen.
Bewegen.
Voeden.
Voortplanten
Groeien
Uitscheiden 
Ademhalen.

Als een organisme geen levenskenmerken meer heeft, is het dood. Iets wat nooit geleefd heeft, noem je levenloos (bijvoorbeeld een steen of water).

Groei: Het groter en zwaarder worden van een organisme.

Ontwikkeling: Veranderingen die optreden in de bouw van een organisme

Fotosynthese: water + koolstofdioxide + licht –> glucose + zuurstof

Uitleg groei en ontwikkeling.

Uitleg bouw en onderdelen bruine boon:

Ontkieming bruine boon.

Onderdelen bruine boon
Zaadhuid – beschermend vliesje om het zaadje heen.
Navel – plaats waar het zaadje vastzat aan de moederplant.
Poortje – Hiermee neemt de plant water op
Kiem – Begin van een nieuwe plant
Kieming – Uitgroeien van de kiem
Zaadlobben – Eerste blaadjes van een kiem

1.2.6 Je kunt de ontwikkeling van een zaadplant beschrijven.

Levenscyclus bruine boon.
Onderdelen en ontkieming bruine boon.
Uitleg basisstof 3
  • lichamelijke ontwikkeling: veranderingen die optreden in de bouw (bv. zwaardere stem in puberteit)
  • geestelijke ontwikkelingen: veranderingen in manier van denken, gevoelens en karakter. (bv verliefd worden)
  • motorische ontwikkeling: veranderingen in beweging (bv. leren lopen)

Fotosynthese is het proces waarbij planten water en koolstofdioxide, onder invloed van energie uit licht, omzetten in zuurstof en glucose (suiker). Deze glucose wordt vervolgens door de plant verder omgezet in bijvoorbeeld zetmeel of cellulose

Fotosynthese: water + koolstofdioxide + licht –> glucose + zuurstof

Klik hier voor uitleg over fotosynthese

Uitleg fotosynthese bs 4
uitleg bs 5
Uitleg fotosynthese
Metamorfose uitleg.

Tekenregels:

  • Gebruik voor het tekenen een tekenpotlood en voor het kleuren een kleurpotlood. Tekenen met pen is niet toegestaan!
  • Gebruik een HB potlood.
  • Teken met strakke lijnen, dus niet schetsen.
  • Teken de lijntjes van de onderdelen altijd met liniaal of geodriehoek.
  • Teken deze lijntjes altijd horizontaal.
  • Iedere tekening krijgt een hokje met informatie over de tekening. Hier komt het volgende in te staan:
    • Je eigen naam
    • Wat teken je (onderwerp)
    • Datum
    • buitenaanzicht of een doorsnede (dwars- of lengtedoorsnede).
    • Vergroting
    • schematisch of natuurgetrouw.

HOME